EEN LICHTPLAN VOOR JE KERSTBOOM

Lichtjes maken de kerstboom pas echt gezellig. Tot je met een eindeloos snoer in je handen staat en geen idee hebt waar je moet beginnen. Geen zorgen: met een beetje voorbereiding krijg je de verlichting mooi verdeeld én hoef je niet drie keer opnieuw te beginnen. Tijd voor een lichtplan!

Hoeveel lampjes heb je nodig?

Hoeveel kerstlampjes je nodig hebt, hangt af van de hoogte en de vorm van je boom én van hoeveel licht je mooi vindt. Een bescheiden verlichte boom vraagt natuurlijk om minder lampjes dan een exemplaar dat van top tot teen mag fonkelen. Kijk daarom niet alleen naar het aantal lampjes op de verpakking, maar ook naar de lengte van het verlichte deel van het snoer. Bij een volle of brede boom heb je al snel wat extra meters nodig. En houd je van lekker veel licht? Kies dan liever iets te veel lampjes dan te weinig. Een extra lichtpuntje is makkelijker weg te werken dan een donkere kant van de boom.

 

 

Eerst even testen

De verleiding is groot om meteen te beginnen, maar steek de verlichting eerst even in het stopcontact. Zo weet je zeker dat alle lampjes werken voordat het snoer helemaal in de boom zit. Controleer meteen of het aansluitsnoer lang genoeg is om het stopcontact te bereiken. Haal vervolgens de grootste knopen uit het snoer en leg het losjes klaar. Dat werkt een stuk fijner dan wanneer je tijdens het versieren steeds een nieuwe kabelknoop moet ontwarren.

 

Van boven naar beneden

Nu kunnen de lichtjes erin. Begin bij voorkeur bovenaan en werk rustig naar beneden. Verdeel het snoer in een losse zigzag- of spiraalbeweging over de boom en doe af en toe een paar stappen naar achteren. Zo zie je meteen waar nog donkere plekken zitten. Hang de lampjes niet alleen aan de uiteinden van de takken. Door sommige lichtjes wat dieper tussen de takken te verwerken, krijgt je boom meer diepte en ontstaat er een mooie gloed van binnenuit. Andere lampjes mogen juist wat verder naar voren hangen. Die afwisseling maakt het geheel lekker levendig.

Verdeel het licht

Probeer niet ieder lampje op precies dezelfde afstand te hangen. Een kerstboom hoeft tenslotte niet met een meetlint versierd te worden. Let vooral op het totaalbeeld. Zie je ergens een donkere plek? Schuif een stukje van het snoer wat op. Zit er juist een hele verzameling lampjes bij elkaar? Verdeel die dan iets verder. Zet tijdens het verdelen de verlichting aan. Zeker wanneer het buiten wat donkerder wordt, zie je dan veel beter of het licht mooi over de boom verdeeld is.

 

Eerst licht, dan kerstballen

Begin altijd met de kerstverlichting voordat de ballen, slingers en andere decoraties in de boom gaan. Zo kun je nog gemakkelijk tussen de takken komen en het snoer verplaatsen zonder steeds kerstballen uit de boom te tikken. Tevreden met het resultaat? Dan kan het leukste gedeelte beginnen. Hang je kerstballen en andere versieringen tussen de lichtpunten en laat glanzende ornamenten het licht mooi weerkaatsen. Zo lijkt je boom nóg voller te fonkelen.

 

 

Lichtjes aan!

Warmwit, klassiek wit of juist vrolijk gekleurd: uiteindelijk is vooral belangrijk welke kerstsfeer jij mooi vindt. Met voldoende lampjes en een slimme verdeling hoef je echt geen uren met snoeren te worstelen. Even testen, rustig verdelen, tussendoor een paar stappen achteruit en klaar. Lichtjes aan en genieten maar!